De binnenkant van het boek

Eigenlijk heeft een boek twee kanten: een buitenkant en een binnenkant. En die binnenkant, dat is eigenlijk het boek zelf. Waar de omslag meestal dikker is en glimt en plaatjes en kleurtjes heeft, is de binnenzijde wat ingetogener. Dunner papier dat minder glanst, waar strakke zwarte letters tegen een witte achtergrond het verhaal vertellen. In Beter dan de beste gebeurt dat in 17 hoofdstukken.

Hoofdstuk 1

Eddy Pieters Graafland, Piet Romeijn, Rinus Israël, Theo Laseroms, Theo van Duivenbode, Franz Hasil, Wim Jansen, Willem van Hanegem, Henk Wery, Ove Kindvall en Coen Moulijn: dat waren de spelers die op 6 mei 1970 de Europacup I wonnen. Tien jaar later waren ze allemaal weg, op Wim Jansen na. Bijna een hele voetbalgeneratie verdween in tien jaar.

Hoofdstuk 2

Het seizoen 1979/'80 begon veelbelovend. Feyenoord zette de reeks met ongeslagen wedstrijden van het vorige seizoen voort. Een eerste - misschien meteen wel het grootste - hoogtepunt van het seizoen werd bereikt in speelronde 8. Op zaterdag 29 september won Feyenoord met 4-0 van Ajax. Als enige ploeg zonder nederlagen troonden de Rotterdammers op de eerste plaats van de ranglijst: 13 punten uit 8 wedstrijden, gevolgd door PSV, AZ '67 en Ajax.

Hoofdstuk 3

Voor het eerst sinds maart 1977 speelde Feyenoord weer eens Europees, dankzij een tweede plaats in het seizoen 1978/'79. Die wedstrijden voor de UEFA Cup gingen best goed. Het Engelse Everton werd uit en thuis met 1-0 verslagen. Malmö, eerder dat jaar nog finalist in de Europacup I, werd thuis met 4-0 weggespeeld. Het ging mis tegen Eintracht Frankfurt. In Duitsland werd het 4-1, maar het publiek geloofde er nog in: de return in Rotterdam was uitverkocht. Het werd 1-0 en Nielsen kopte nog een keer tegen de paal. Dat had 2-0 kunnen zijn... en 3-0 was genoeg geweest.

Hoofdstuk 4

Na het hoogtepunt van speelronde 8 volgde er een dieptepunt in speelronde 9. De grimmige uitwedstrijd tegen NAC werd gestaakt nadat grensrechter Matena een asbak tegen zijn hoofd gegooid kreeg. Hij verliet bloedend het veld. De stand was toen 2-2 en het zou lang duren voordat de partij werd uitgespeeld. Daardoor had Feyenoord een groot deel van het seizoen een wedstrijd minder. Honderd dagen later, op 23 april, werd het restant van het duel zonder publiek voltooid. Oud-Feyenoorder Martien Vreijsen maakte de winnende voor NAC. NAC degradeerde daardoor niet, Feyenoord kostte het uiteindelijk de derde plaats.

Hoofdstuk 5

Het eerste bekerduel, tegen Fortuna Sittard, werd moeizaam gewonnen in een thuiswedstrijd waar twee strafschoppen nodig waren. ‘Feyenoord omstreden naar winst’ schreef Het Parool. Een andere krant, De Waarheid, noemde beide penalties terecht. De thuisclub kwam twee keer op achterstand en werd uitgefloten in de eigen Kuip. De club speelde ijzersterk tegen Groten als Everton en Ajax, maar had moeite met een ploeg uit de Eerste Divisie. Bij de tegenstander speelden twee oud-Feyenoorders. Keeper Bram Geilman en de man van het brilletje, Joop van Daele.

Hoofdstuk 6

FC Twente, dat het bepaald niet slecht deed in het seizoen 1979/'80, wordt thuis met maar liefst 4-0 verlagen. Eerder was het in Rotterdam tegen diezelfde club 1-1 geworden voor de competitie. Nu was de overwinning glansrijk. Joop Hiele, Stanley Brard en Pétur Pétursson speelden een prima wedstrijd, maar het werd vooral de dag van Jan van Deinsen. Een goede wedstrijd voor Feyenoord: dat werd tijd ook. De laatste drie speelrondes kenden twee nederlagen. Thuis 0-3 tegen PSV, in Maastricht 2-1 tegen MVV. Nog steeds derde in de Eredivisie, maar nu wel negen punten achter op de koploper.

Hoofdstuk 7

Na die riante bekerwinst lijkt het allemaal wel goed te gaan met Feyenoord. Voor de competitie wordt er op Spangen met 0-4 van Sparta gewonnen. Drie dagen later is er alweer het volgende bekerduel. Thuis in Rotterdam wordt het 3-0 en terwijl de 4-0 tegen Twente eigenlijk nog niet eens het krachtverschil aangaf, was die 3-0 wel een vertekend beeld de andere kant op. Nu met een andere Jan in de hoofdrol: niet Jan van Deinsen, maar Jan Peters was de held tegen PEC. Hij scoorde de eerste twee doelpunten en ook de beide goals in de return kwamen op zijn naam.

Hoofdstuk 8

Het léék allemaal wel goed te gaan, maar intern rommelde het rondom Wim Jansen. Hij kon niet goed overweg met de directeur, maar had het ook moeilijk met sommige spelers die niet de waardering gaven die hij verdiende. Jansen wou weg en ging ook, naar Amerika. Zijn laatste wedstrijd werd een dieptepunt. Bij een achterstand van 0-1 werd hij gewisseld, kreeg een staande ovatie, maar zijn ploeg kreeg daarna nog drie treffers om de oren. Een beschamende 0-4 nederlaag tegen het kleine Excelsior. In december 1980 haalde Johan Cruijff hem naar Ajax. Een harde ijsbal op zijn oog maakte een einde aan zijn debuut, nota bene Feyenoord-uit. Schandalig hard traden in het veld oud-ploeggenoten tegen hem op.

Hoofdstuk 9

Wie was er nou blij mee, met die tweede editie van De Klassieker? De uitwedstrijd in Amsterdam eindigde in een 1-1 gelijkspel. Men zei dat Ajax revanche wilde nemen op de 4-0 in De Kuip, en dat Feyenoord ook een soort eerherstel zocht voor de 0-4 in datzelfde stadion, het debacle tegen Excelsior. Door het gelijkspel had Ajax niet echt wraak genomen, maar de nummer 3 kwam ook geen punt dichterbij. AZ '67, de nummer 2, deed dat wel. Het won uiterst moeizaam van een zwakke tegenstander. De wedstrijd in het Olympisch stadion verliep hard, zowel binnen als buiten de lijnen. Medewerkers van de NOS werden met geweld belaagd en besloten weg te gaan. In Studio Sport waren er die avond geen beelden.

Hoofdstuk 10

Feyenoorder Gerard van der Lem werd in de loop van het seizoen verhuurd aan Sparta. Tijdens de uitwedstrijd voor de competitie had hij nog bij de club uit Rotterdam-Zuid op de bank gezeten, toen het op Spangen 0-4 werd. Nu speelde hij mee met de mannen uit Rotterdam-West en trok hij opnieuw aan het langste eind. In eerste instantie althans. 'Thuis wonnen we nog met 1–0, maar in de bus op weg naar De Kuip wist ik al dat we het niet zouden redden', zei hij in zijn biografie. 'Het rook er naar volgescheten onderbroeken.’ Bij de return werd het verlies ruimschoots gecompenseerd: het werd 4-0. Finaleplaats veilig gesteld.

Hoofdstuk 11

Het gekkengetal 11 staat als nummer voor de gekste hoofdstuktitel. 'Kampioen in De Kuip?', bromt iemand die de inhoudsopgave scant, 'Dat waren ze toch al sinds 1974 niet meer? En het zou toch tot de overkomst van die Amsterdammer duren tot ze het weer eens zouden worden?' Klopt. Toch ging de schaal naar De Kuip. De buren van Excelsior speelden hun laatste thuiswedstrijd - de kampioenswedstrijd van Ajax - niet op Woudestein, maar in dit veel grotere stadion. Er kwamen 17.011 toeschouwers, het dubbele van wat Excelsior normaal ontvangt. Ajax speelde gelijk (Excelsior ook trouwens) en dat was op voorhand voldoende. Concurrent AZ '67 verloor, dus zelfs dat ene puntje was achteraf niet nodig.

Hoofdstuk 12

Van de twaalf Feyenoorders die meededen aan de finale (alleen Pétursson werd gewisseld, vlak voor het einde) is Ben Wijnstekers degene met de mooiste carrière. Jarenlang trouw aan Feyenoord, 36 keer Nederlands elftal. De keerzijde is dat hij daar niet de meest gelukkige jaren van Oranje kende. Drie keer nét niet gekwalificeerd (WK 1982 en 1986, EK 1984): hij maakte het van heel dichtbij mee. Werd al veel te jong niet meer opgeroepen voor de nationale selectie, had qua leeftijd gewoon Europees kampioen kunnen worden in 1988.

Hoofdstuk 13

Hoofdstuk 13 is het eerste gedeelte van een vijfdelig slotstuk over De Finale. Ajacied Frank Janssen speelt daarin de hoofdrol. De nog net geen negentienjarige jeugdspeler beleefde zijn eerste en meteen laatste wedstrijd in het eerste van Ajax, dat nogal wat blessures achterin had. Van hem werd het onmogelijke verwacht: spelen tussen de nauwelijks oudere, maar op dit niveau veel meer ervaren IJslander Pétur Pétursson. En dat ging niet altijd goed. Hij had aan één doelpunt echt schuld, vond hij zelf jaren later ook, maar ook bij een andere treffer had hij wel wat gunstiger opgesteld kunnen staan. Toch was het een onvergetelijke ervaring. En niemand nam hem iets kwalijk.

Hoofdstuk 14

Hoewel Feyenoord fel en gretig aan de wedstrijd begint, komt Ajax na 19 minuten op voorsprong. Minder dan een halve minuut na een fraaie kopkans van Pétursson valt er aan de andere kant vrijwel uit het niets een doelpunt. Piet Schrijvers neemt een doeltrap en speelt naar Ruud Krol. Via Boeve gaat de bal naar Tscheu La Ling, die met een paar eenvoudige bewegingen langs Van de Korput komt. De pass op Frank Arnesen is op maat. Een sliding van Ivan Nielsen mislukt. Stafleu en Brard komen te laat en Wijnstekers is nog niet terug van een aanval. Frank Arnesen tikt niet ver van de tweede paal de bal rustig het doel in.

Hoofdstuk 15

Misschien wel het hoogtepunt van de wedstrijd, wat zeg ik: van het hele boek. Ivan Nielsen heeft Tscheu La Ling net buiten het strafschopgebied neergelegd. Volgens velen was het erbuiten althans, maar scheidsrechter Corver oordeelde anders. De strafschop wordt tot veler verbazing genomen door Karel Bonsink, die daar helemaal niet voor aangewezen was. Lerby was de eerste man, maar die wilde niet. Krol zou het dan doen, maar Arnesen bood zich aan. 'Ik schiet 'm er wel even in', zei Bonsink toen opeens. Maar hij schoot 'm er niet in. Hij gokte op een schot recht door het midden. Joop Hiele gokte op een hoek, maar wist via een fantastische reflex de bal met zijn linkervoet weg te werken.

Hoofdstuk 16

Had die strafschop gezeten, dan was dat toch een flinke dreun geweest voor Feyenoord. Met 2-0 achter tegen de landskampioen in een bekerfinale, dat is geen makkie. De dreun viel echter de andere kant op. Niet alleen miste Bonsink de strafschop, Piet Wijnberg gaf er ook eentje weg door Carlo de Leeuw totaal onnodig via het shirt naar het gras te trekken. Dat deed hij ook nog eens erg in het zicht van Charles Corver. Pétur Pétursson nam plaats achter de bal en dan hoef je eigenlijk al niet meer te vertellen hoe het verder ging.

Hoofdstuk 17

De 2-1 en de 3-1 worden gemaakt in hoofdstuk 17, het laatste. Het is geen toeval dat Beter dan de beste 17 hoofdstukken telt en ook een heel bewuste keuze om de prijs precies 17 euro te maken en geen € 16,95 of dat soort rarigheid. Zoals 12 het nummer is van Het Legioen, was 17 in dit seizoen en in deze finale het rugnummer van Carlo de Leeuw. Een bescheiden eerbetoon aan de in 2020 overleden linksbuiten die een onvergetelijk doelpunt maakte. Scoren op je 19e in een bekerfinale tegen Ajax: een jongensdroom. Een droom die goed afliep dankzij het laatste doelpunt van Pétursson, na onnodig balverlies bij het vermoeide Ajax. Toen pas gold: één ding is zeker...